mihai.punt.nl
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!
Laatste reacties
    test
     
    Peter Louter de leugenaar, deel 4

    Peter Louter de leugenaar, deel 4



    Nadat ik Peter Louter op het vervalsen van een citaat heb betrapt teneinde te bewijzen dat Tariq Ramadan voor een islamisering van het Westen bepleit, heeft Peter een antwoord gegeven. In dit antwoord probeert hij twee dingen te doen: (1) alsnog aan te tonen dat Ramadan islamisering beoogt en (2) een weerlegging van mijn conclusie van het eerste blog: "Het is evident uit de hele passage dat Ramadan op zoek is naar manieren om de islam aan te passen aan de wetten van de landen waar moslims wonen." Ik heb gisteren aangetoond dat Peter weer een citaat van Ramadan uit de context haalt op een misleidende manier. Vandaag wil ik een ander citaat bespreken.

    Peter citeert Ramadan als volgt: "Sommige verzen (in feite een minderheid) bieden geen marge voor interpretatie of is die marge uitermate beperkt." Dit citaat voert Peter als bewijs aan voor de stelling dat Ramadan de islam niet aan de Westerse wetten wil aanpassen. (En daaruit volgt bijna logischerwijze dat Ramadan het Westen zou willen islamiseren, want als je de islam niet kan aanpassen aan het Westen, zou je het Westen aan islam moeten aanpassen.)
    Als ik dit citaat zonder verdere uitleg lees, schrik ik me rot, denk ik: "oh jee, weer zo'n 'neofundamentalist', die de teksten uit de koran letterlijk interpreteert. Maar na het zoeken wat Ramadan zegt over de onveranderlijkheid in islam, komen we met de volgende uitspraken in het boek "Radicale hervorming: islamitische ethiek en bevrijding": Het is wel waar dat "[b]evelen, verboden of aanbevelingen kunnen op zichzelf absoluut en onveranderlijk zijn, maar hun concrete toepassing zal andere, veranderende, vormen aannemen, afhankelijk van de omgeving in kwestie." (p.28) "De context kan eenzelfde daad in elk van de vijf categorieën [toegestaan, aanbevolen, verplicht, afkeurenswaardig, verboden] plaatsen die de plichten en verplichtingen definiëren en kan dus een moreel oordeel opleggen dat aan de omstandigheden is aangepast. Op een minder technisch niveau vinden we hetzelfde onderscheid - in culturele en sociale zaken - tussen het respecteren van een algemeen geldend principe en de vorm die de uitvoering ervan kan aannemen: het principe van kuisheid en de daaraan verbonden regels (voor zowel mannen als vrouwen) is in de islamitische ethiek vastgelegd, maar bij de toepassing ervan in een bepaalde maatschappij heeft men altijd rekening moeten houden met lokale culturen en gewoonten (het soort kleding, kleuren enzovoort)." (p.28-29)

    "Door onderscheid tussen het onveranderlijke en het veranderlijke te maken, kan er in de verhoudingen binnen menselijke samenlevingen een fundamenteel verschil tussen principes en modellen worden gemaakt. De principes kunnen onveranderlijk, absoluut en eeuwig zijn, maar de uitvoering ervan in de tijd en in de geschiedenis - de historische modellen - is betrekkelijk, veranderlijk en voortdurend in beweging. Zo zijn en blijven de principes van gerechtigheid, gelijkheid, recht en menselijk broederschap die de Profeet van de islam geleid hebben, referentiepunten die de Geschiedenis overstijgen, maar het model van de stad Medina die Mohammed in de zevende eeuw gesticht heeft is een historische verwezenlijking die betrekking had op de realiteit en de eisen van zijn tijd. Moslims moeten, in de loop der tijd, trachten trouw te blijven aan de principes en deze zo goed mogelijk toepassen, maar er kan geen sprake zijn van het eenvoudigweg imiteren, herhalen of kopiëren van een historisch model dat bij een bepaald tijdperk hoorde en dat niet meer bij de eisen van deze tijd past. Het door elkaar halen van eeuwige principes en historische modellen is dan ook simplistisch en vooral bijzonder ernstig: uit de idealisering van een moment uit de Geschiedenis (in dit geval de stad Medina) vloeit een onberedeneerde en schuldige ontkenning van deze Geschiedenis voort, die de universaliteit van de principes van de islam reduceert tot een droom over een onmogelijke terugkeer in de tijd, een onverantwoordelijke 'nostalgie naar de oorsprong'. We zien eenzelfde tendens terug bij bepaalde, hedendaagse salafi stromingen die een bijna exclusief politiek engagement kennen: zij reduceren de trouw aan een boodschap tot de imitatie van en terugkeer naar een bepaalde historische politieke structuur, een bepaald soort van 'staat', of tot een verwijzing naar het 'kalifaat', die zij tegenover elke mogelijke andere politieke organisatie…plaatsen." (p.29-30) Oh jee, dat is teleurstellend, onze 'neofundamentalist' wil geen kalifaat.
     
    Dit is precies het tegenovergestelde dan wat Peter beweert: "Neo-salafisten [dus Ramadan] willen terug naar de bron en de begintijd en streven een actief leven na overeenkomstig de beginjaren van de islam toe die nog succesrijk was."

    Ramadan bekritiseert erop los: "Terwijl voor de literalisten trouw aan de Profeet, zijn Metgezellen en de salafs voornamelijk bestaat uit het imiteren van hun gedrag en het eenvoudigweg trachten om hun historisch gedateerde verwezenlijkingen te herhalen, lijkt het mij dat wezenlijke trouw eruit bestaat hun spirituele kracht en intellectuele energie te hervinden om een zo coherent mogelijk sociaal model voor onze tijd te verwezenlijken (zoals zij dat hebben gedaan voor hun tijd). Het gaat niet om het imiteren van een historisch resultaat, maar om het nemen van een voorbeeld aan de ethische eis en de gezamenlijke menselijke inzet om dit resultaat te bereiken. Het gaat niet om het reproduceren van de vorm maar om het hervinden van het wezenlijke, zijn geest en zijn doelstellingen." (p.30-31)

    De literalisten (mensen die de Koran letterlijk nemen) maken volgens Ramadan nog een andere fout, ze beschouwen alles wat niet expliciet genoemd wordt in de Koran, als een verwerpelijke innovatie. Ramadan stelt echter dat "artistieke, wetenschappelijke en intellectuele, en in breder opzicht sociale, economische en politieke creaties, geen innovaties (bida'), maar verwezenlijkingen zijn die een welkome bijdrage leveren aan het welzijn van de mensheid." (p.31) Hij bekritiseert ook "het uitsluiten van elke hervorming van de lezing, van het begrip en van de toepassing van de teksten in een nieuwe historische context. Ze beperkt de trouw aan de boodschap tot een statische lezing, tot een status quo, tot imitatie (at-taqlid) en blinde herhaling van het oude." (p.33)

    Peter vergeet ook dat volgens Ramadan de islamitische principes slechts in zeldzame gevallen in strijd kunnen zijn met de Westerse en in dit geval moeten de islamitische geleerden een fatwa formuleren, zodat de moslims met een schoon geweten in overeenstemming met de Westerse wetten kunnen handelen: "moet er bij een duidelijk conflict naar aanleiding van referenties, een situatie die uiterst zeldzaam is, door de islamitische jurist een specifieke studie worden gemaakt ten einde door de formulering van een toegesneden juridisch advies (een fatwa) de mogelijke middelen van aanpassing te formuleren, die de moslim een bevredigende oplossing kunnen bieden, terwijl hij praktiserend gelovige blijft én inwoner en/of medeburger. Na bovenstaande opmerkingen is het duidelijk dat het voor een moslim die in het Westen leeft, in het licht van het islamitische referentiekader, niet toegestaan is tegen de wet te handelen, misbruik te maken, te vervalsen of te frauderen.", Ramadan, T. (2005). Westerse moslims en de toekomst van de islam. Bulaaq

    In conclusie Peter jaagt ons een onterechte vrees aan als hij Ramadan uit de context citeert dat "[s]ommige verzen (in feite een minderheid) bieden geen marge voor interpretatie of is die marge uitermate beperkt." In tegendeel; Ramadan bekritiseert de "letterlijke benadering." Terwijl een "bepaald aantal principes en gebruiken maakt deel uit van de beginselen (al-usul) en is absoluut" dit 'absoluut' moeten we met een korreltje zout nemen, want het neemt niet weg dat men de principes in de context interpreteert, naar de historische ontwikkelingen, omgeving, persoonlijke situatie van het individu kijkt, rekening houdt met lokale culturen en gewoonten. Maar wat vooral de geschiedenis overstijgt, zijn de "principes van gerechtigheid, gelijkheid, recht en menselijke broederschap." Godzijdank (no pun intended) zijn deze principes onveranderlijk.

    Maar wat er ook onveranderlijk aan de islam zou zijn voor Ramadan, Peter heeft met zijn citaat niet kunnen aantonen dat Ramadan's gedachtegang aanpassingen van islam aan de wetten in het Westen onmogelijk maakt, noch toont zijn citaat aan dat Ramadan voor een Westerse islamisering pleit.

    De citaten komen uit het boek: Ramadan, T. (2010). Radicale hervorming: islamitische ethiek en bevrijding. Van Gennep

    Geredigeerd door: Pascale Esveld
     

    Reacties

    Commentaar
    Jouw naam/bijnaam
    Website url
    E-mail
    Je Punt profiel
    Hou mij op de hoogte
    Ik wil op de hoogte gehouden worden
    Dit is een verplicht veld
    Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl