mihai.punt.nl
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!
Laatste reacties
    test
     
    Peter Louter de leugenaar, deel 5

    Peter Louter de leugenaar, deel 5



    Vandaag wil ik een derde citaat van Peter Louter analyseren. Nadat ik Peter Louter op het vervalsen van een citaat heb betrapt teneinde te bewijzen dat Tariq Ramadan voor een islamisering van het Westen bepleit, heeft Peter een antwoord gegeven. In dit antwoord probeert hij twee dingen te doen: (1) alsnog aan te tonen dat Ramadan islamisering beoogt en (2) een weerlegging van mijn conclusie van het eerste blog: "Het is evident uit de hele passage dat Ramadan op zoek is naar manieren om de islam aan te passen aan de wetten van de landen waar moslims wonen."

    Peter schrijft: 'In een interview met Ian Burama heeft hij het scherp geformuleerd: "The question is how far secular society should be pushed to accommodate Islamic principles. "We are in favor of integration," Ramadan says in a recorded speech, "but it is up to us to decide what that means. ... I will abide by the laws, but only insofar as the laws don't force me to do anything against my religion." A Muslim must be able to practice and teach and "act in the name of his faith." If any given society should take this right away, he continues, "I will resist and fight that society."'
    Op het eerste gezicht klinkt dit heel ernstig, maar als we verder kijken zien we dat het meevalt.
    Vergelijk bijvoorbeeld Ramadan's uitspraak met de uitspraak van Paul Scholten, één van de grootste Nederlandse rechtsgeleerden en Eerste Kamerlid: "Wat ik in goede consciëntie niet màg en niet kàn doen, zal ik ook niet doen ter wille der wet. Men zal God meer gehoorzamen dan de menschen." Ik denk niet dat iemand zo bang zou zijn voor Scholten als sommigen voor Ramadan. Scholten kon als modeljurist en volstrekt volgens de regels van de democratie in de Eerste-Kamer functioneren.
     
    Laten we in Ramadan's werk naar soortgelijke uitspraken zoeken. In "Westerse Moslims en de toekomst van de Islam" schrijft hij het volgende:

    "In het verlengde van deze eerste opmerking, die de nadruk legt op het belang van contracten, moet ik opmerken dat moslims, zelfs als zij corrupte leiders of totalitaire politieke systemen in hun land van oorsprong niet willen erkennen, gebonden zijn aan de akkoorden die deze landen tekenen met andere landen zolang zij hen niet dwingen iets te accepteren of te doen wat haaks staat op hun geloof. Bijgevolg zijn die internationale verdragen, evenals de visa die ze krijgen om naar een willekeurig land te gaan, voor islamitische inwoners juridisch dwingend, net als voor alle burgers die onder het gezag van de nationale grondwet vallen. Het algemene voorschrift hier luidt dat moslims gebonden zijn aan de letter van hun overeenkomst, behalve in het specifieke geval dat ze gedwongen zouden worden om te handelen in strijd met hun geweten. Deze precisering, met betrekking tot de gebruikte termen, is noodzakelijk, want bepaalde radicale islamitische groeperingen beweren dat een moslim niet gebonden kan zijn aan een grondwet die bankrente (riba), alcohol (khamr) en andere zaken tolereert die tegenstrijdig zijn aan de islamitische leer.

    Welnu, Europese grondwetten staan die transacties en dat gedrag inderdaad toe, maar zij verplichten de moslim niet er gebruik van te maken of op die manier te handelen. Moslims moeten enerzijds de heersende wetgeving respecteren - omdat hun aanwezigheid berust op een stilzwijgend of expliciet verbond - en zich anderzijds onthouden van elke activiteit of elke deelname die in strijd is met hun geloof. We zien dus dat het duidelijk in naam van het respect van de islamitische leer van de sjarie'a is, dat moslims in het Westen kunnen leven en dat ze de wetten van het land moeten eerbiedigen. Met andere woorden, de sjarie'a toepassen op een burger of op een islamitische inwoner van Europa, betekent expliciet het constitutioneel en legaal kader respecteren van het land waarvan hij ingezetene is.

    We zouden een gewetensconflict kunnen vrezen, maar moeten vaststellen dat het tegenovergestelde gebeurt, omdat trouw aan de islamitische leer een legale worteling tot gevolg heeft. De trouw aan zijn geloof en aan zijn geweten dwingt de moslim tot oprechte trouw aan zijn land: de sjarie'a legt een eerlijk burgerschap op in het referentiekader van het betreffende land, namelijk het daar geldige rechtssysteem. Het antwoord kan niet explicieter."

    En een paar regels verderop vraagt Ramadan zich af wat er gaat gebeuren bij een conflict. Op dat moment "moet er bij een duidelijk conflict naar aanleiding van referenties, een situatie die uiterst zeldzaam is, door de islamitische jurist een specifieke studie worden gemaakt ten einde door de formulering van een toegesneden juridisch advies (een fatwa) de mogelijke middelen van aanpassing te formuleren, die de moslim een bevredigende oplossing kunnen bieden, terwijl hij praktiserend gelovige blijft én inwoner en/of medeburger. Na bovenstaande opmerkingen is het duidelijk dat het voor een moslim die in het Westen leeft, in het licht van het islamitische referentiekader, niet toegestaan is tegen de wet te handelen, misbruik te maken, te vervalsen of te frauderen."

    In conclusie Peter heeft met zijn citaat niet kunnen aantonen dat Ramadan's gedachtegang aanpassingen van islam aan de wetten in het Westen onmogelijk maakt, noch toont zijn citaat aan dat Ramadan voor een Westerse islamisering pleit.

    Geredigeerd door: Pascale Esveld
     

    Reacties

    Commentaar
    Jouw naam/bijnaam
    Website url
    E-mail
    Je Punt profiel
    Hou mij op de hoogte
    Ik wil op de hoogte gehouden worden
    Dit is een verplicht veld
    Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl